Eerst leren bewegen, dan pas hockey

Om een goede hockeyer te worden, moet je een goede beweger zijn. Dat begint al als kind. Binnen het Kabouterhockey van HockeyWerkt wordt hier bewust op ingezet. 

Je leest en hoort het tegenwoordig overal: de kinderen van nu bewegen steeds minder en hun motorische vaardigheden gaan hard achteruit. Uit cijfers van het CBS blijkt dat in 2024 bijna 40% van de kinderen tussen de 4-12 jaar niet voldeed aan de beweegrichtlijnen. De Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO) schreef in 2022 al in een artikel dat 24% van de basisschoolleerlingen een onvoldoende scoorde voor bewegingsvaardigheid. Want naast dat kinderen steeds minder bewegen, doen zij dat ook steeds eenzijdiger. Ze hockeyen niet meer op straat of op gras en klimmen niet meer in bomen. Dit beïnvloedt niet alleen hun motoriek, maar ook de creativiteit in bewegen. 

Er is hoop!

Gelukkig is er tegenwoordig meer aandacht voor breed motorisch opleiden binnen de sportbonden, zo ook bij de KNHB. Dit zie je bijvoorbeeld terugkomen in het Funkey-programma, maar ook heel duidelijk in het Kabouterhockey van HockeyWerkt. In dit programma voor kinderen van 3,5 tot 6 jaar staat niet alleen de hockeytechniek centraal, maar vooral ook het ontdekken. Rennen, springen, rollen, gooien, vangen, samenwerken en fantaseren vormen de basis. Precies zoals het Athletic Skills Model dat voorschrijft: eerst een brede motorische fundering, daarna pas specialiseren. Juist in de jongste leeftijdsfase, waarin kinderen van nature willen rennen, rollen, klimmen en ontdekken, is het belangrijk om deze bewegingsdrang te benutten in plaats van te beperken. Dat is waar het Kabouterhockey van HockeyWerkt dan ook voor staat. Hier ligt de basis voor een leven lang sportplezier én voor de hockeyer van de toekomst. Dit dringt ook steeds meer door bij de verenigingen. Steeds vaker wordt er bij de Jongste Jeugd niet alleen gehockeyd, maar ook gevoetbald, gestoeid of radslagen gemaakt. Waarom is dit zo belangrijk?

Ontwikkeling van (jonge) kinderen

Jonge kinderen leren door veelzijdig te bewegen. Zo ontwikkelen zij bijvoorbeeld niet alleen het vermogen om te slaan tegen een bal, maar ook te draaien, balanceren, keuzes te maken en creatieve oplossingen te bedenken. Binnen het Kabouterhockey van HockeyWerkt wordt hier bewust op ingezet. Kinderen spelen spelletjes waarin zij over obstakels lopen, door tunnels kruipen, samen een bal vervoeren of zich voortbewegen als dieren. Soms mét stick, vaak ook zonder. Niet omdat hockey niet belangrijk is, maar omdat de motorische basis op deze leeftijd voorop staat. Door kinderen veelzijdig te laten ontwikkelen bouwen zij aan een bredere motorische basis. Zie het als het fundament van een huis: hoe sterker de fundering, hoe hoger je kunt bouwen. Voor bewegen geldt hetzelfde, hoe beter de coördinatie, lichaamsbeheersing of het balgevoel van kinderen is, hoe makkelijker zij uiteindelijk de hockeyvaardigheden aanleren. 

Betere hockeyers op lange termijn

Gaat dit dan niet ten koste van de tijd die zij hockeyen? Nee, het breed motorisch opleiden gaat niet over meer of minder hockey, maar over slimmer hockey spelen. Doordat spelers meerdere vormen van bewegen aanleren, worden de mogelijkheden van het lichaam steeds groter. Hierdoor worden de spelers creatiever in hun bewegingen. Zo hebben veel spelers uit de Hoofdklasse of het Nederlands team vroeger meerdere sporten beoefend. Een voorbeeld hiervan is Pien Sanders. Zij heeft op jonge leeftijd ook altijd op hoog niveau geturnd en getennist. En wist je dat Zlatan Ibrahimovic een zwarte band heeft in Taekwondo? Dit gaf hem de flexibiliteit, balans en ruimtelijke oriëntatie die terug te zien is in zijn voetbalspel. Een mooi voorbeeld hiervan is de ‘Bicycle Kick’, die je kunt vinden op YouTube. Doordat spelers creatiever worden in hun bewegingen kunnen zij zich beter aanpassen aan onverwachte situaties. Je ziet goed dat spelers die met verschillende sporten, ballen en ondergronden in aanmerking komen zich beter leren aanpassen aan hun omgeving. Hierdoor schrikken zij bijvoorbeeld niet als er een bal van richting wordt veranderd, maar kunnen zij snel anticiperen. 

Veelzijdig bewegen als blessurepreventie

Het aantal blessures onder (jonge) sporters stijgt. Uit een artikel gepubliceerd door Sport Geneeskunde Nederland blijkt dat in 2023 sporters gezamenlijk zo’n 5,3 miljoen blessures opliepen. Zo zien fysiotherapeuten steeds meer kinderen met klachten die te maken hebben met overbelasting. Dit is vooral een risico voor kinderen in de groeispurt. De oorzaak van overbelasting ligt vaak niet in te veel sporten, maar vooral dat kinderen te maken hebben met dezelfde soort belasting. Sportclubs beginnen tegenwoordig steeds eerder met selecteren en vaak ook met meer trainen, waardoor kinderen geen tijd hebben om andere sporten te beoefenen. Dit zorgt ervoor dat het kind soms tot wel 4x of 5x per week te maken krijgt met dezelfde eenzijdige belasting. Zeker in combinatie met de groeispurt is dit vragen om blessures. Stel je nu eens voor dat we deze belasting meer zouden variëren. Hierdoor zou een groot deel van de blessures die zijn ontstaan door overbelasting voorkomen kunnen worden. Bovendien wordt door variatie de algemene motoriek en coördinatie sterk verbeterd, waardoor spelers beter kunnen omgaan met onverwachte bewegingen of omstandigheden. 

Spelplezier

Tot slot komen we bij het belangrijkste punt; spelplezier. Uit onderzoek blijkt dat wanneer kinderen motorisch veelzijdig opgeleid worden, zij meer spelplezier ervaren en langer blijven sporten. En wat wil je als ouder of vereniging nu liever? Dat kinderen van jongs af aan de hele training bezig zijn met hun hockeytechniek of dat zij zo lang mogelijk met plezier blijven hockeyen? Het breed motorisch opleiden betekent veel afwisseling tijdens de trainingen. Hierdoor heeft ieder kind de mogelijkheid op zijn eigen tempo te groeien en te ontwikkelen. Dat zorgt voor meer succesbeleving en dat is precies de ervaring die je als club wilt bieden!

 

Dit is waarom spelplezier binnen het Kabouterhockey van HockeyWerkt altijd voorop staat. Er is geen prestatiedruk, geen selectie en geen ‘goed of fout’. Kinderen mogen ontdekken, proberen en falen, allemaal verpakt in spel. Door deze speelse en veilige omgeving krijgen kinderen een positieve eerste ervaring met hockey en sport in het algemeen. Ze komen met plezier naar de training en ontwikkelen zich in hun eigen tempo, wat het zelfvertrouwen vergroot. Dat zorgt niet alleen voor blije kinderen op de korte termijn, maar ook voor meer sporters die op de lange termijn betrokken blijven bij de club. Dat is waar de winst zit, voor het kind én de club.